Ze leefde nog, kwam mee in het dodentransport
Dat in het buitengebied werd uitgestort.
In winterkou, in fijne sneeuw
Lag zij een uur, lag zij een eeuw.
Daar baarde zij, op harde grond
De doden lagen in het rond.
Waar waren de doeken voor het kind?
Het schreide naast haar in weer en wind.
Waar was de stal, de kribbe? In de open lucht
Schreide zij tranen zonder gerucht.
Waar waren de herders, de ezel, de os?
Er lagen slechts doden bij het gros.
En toen de Sterre stil bleef staan
Kwamen er drie dronken soldaten aan,
Die hebben het kindeke meegepakt
En lachende in de dodenbak gekwakt.
Aldus verging het Christus weerom
Na twintig eeuwen christendom.