Moeder nam bezit van mij
ik vroeg teveel
zij zou mij leren
leren hoe het moest
Vader zei Oostindisch doof is zij
en daarbij ook hardleers
een dromer met nachtmerrie
ze denkt niet na en let niet op
dat wist ik niet
ik was een kind
die op de hele wereld
haar moeder de liefste vindt
Vader en moeder hebben gelijk
maar ik heb geen geluk
ik ben niet goed
ik maak hun leven stuk
de mooiste, de beste
de knapste, de grootste
ik was klein en wilde
enkel haar liefste zijn
alleen God is goed en
de kerk zegt hoe het moet
ze vinden mij gestoord
hebben mij niet gehoord
maar dat was ik niet
alles wat ik deed was fout
het moest altijd anders
o wat was ik stout
het leven is niet leuk
ik ben zo bang en zo alleen
niemand mag dat weten
overal dreigt straf
wat deed ik haar verdriet
luisteren kon ik niet
ze had het al vaak gezegd
dit kind komt niet goed terecht
ik ben een ‘nagel aan haar kist’
zo zegt ze dat en ‘wee je gebeente’
en dat ik ‘alles terug krijg’
maar ik weet niet wat.