Het liefst had ik op de planken gestaan
U weet wel, zo’n podium waar
alle ogen op gericht zijn en waar
ik dan sta en zijn mag die ik ben.
Toch zeg ik ‘stiekem’ omdat ik me
schaam dat ik dat durfde dromen
terwijl ik niemand ben, niets voorstel.
Hoe kwam ik erbij dat te dromen?
Met een lui oog en een brilletje
een pleister op het goede oog
fantaseerde ik een wereld
die me niet bedroog.
Moeder kijk eens blij naar mij
dan ben ik niet meer bang
Als je lacht ben je zo mooi
Mijn moeder.
Kijk wat ik kan, ik kan tekenen
kleurig vertellen en voordragen,
in gymnastiek ben ik best goed
niet goed is aandacht vragen.
Toch droom ik ervan op de planken te staan
zonder aandacht zal het niet gaan.